De Verloren Elfenprinses

Zaterdag 14 juni was het zover. Toen was ik, als genomineerde van de schrijfwedstrijd, uitgenodigd voor de prijsuitreiking op Fantastyval. Na een lange treinreis, een gemiste pendelbus en een taxiritje kwamen we gelukkig net op tijd de feesttent binnen strompelen om de bekendmaking mee te maken.

Iedere genomineerde werd naar voren geroepen en dan vertelde de jury kort iets over het verhaal. Mijn inzending speelde volgens hen in op het oergevoel dat iedere tiener heeft, namelijk: ‘Ik ben anders’. Verder vonden ze het leuk dat het verhaal zich afspeelde op het Fantastyval. Het was een verhaal van een onervaren, doch veelbelovende hand.

Ik stond me daar te glunderen! Het was echt heel bijzonder om mee te mogen maken.

De winnaar was het betoverende verhaal ‘Jacob en de Wondertrompet’ van Wilfried W.J. van Neste. Het werd ter plekke voorgedragen door een stemacteur, en later op de dag nog een keer door twee mensen. Een prachtig sprookje waarin heden en verleden door elkaar heen lopen en waarnaar ik beide keren geboeid heb zitten luisteren.

Hoewel ik dus niet gewonnen had, was het geweldig om bij de genomineerden te horen en dat maakte de dag echt heel speciaal.

Het leek me wel leuk om mijn verhaal van deze wedstrijd hier te publiceren. Veel leesplezier!

De Verloren Elfenprinses
– Daniëlle S. Dijkstra

‘Fantastyval?’
‘Het is een festival. Niemand zal ons opmerken. Zo’n kans krijgen we nooit meer!’ Ruvens stem sloeg over. ‘We moeten haar vinden.’
Prins Elion haalde zijn schouders op. Ruven had gelijk. De mensenwereld was een plek waar hij niet graag kwam, maar voor dit festival wilde hij wel een uitzondering maken. Deze ene keer.  Er was iets wat rechtgezet moest worden.
Zestien jaar geleden was er een fout gemaakt en Elion had zich altijd verantwoordelijk gevoeld, hoewel het niet zijn schuld was.
‘Het is tijd dat de prinses naar huis komt.’

Een tak kraakte onder Ruvens laars, wat hem op een boze blik van de prins kwam te staan, en snel liet hij het portaal dat trillend achter hen in de lucht hing verdwijnen.
Na een laatste blik om zich ervan te verzekeren dat niemand hen had zien verschijnen, begonnen de twee jongens in de richting van de muziek te lopen.
Ruven wist dat Elion nerveus was, en zelf was hij er ook niet meer zo gerust op. Wat als prinses Eliana niet naar hen wilde luisteren?

De jongens stapten uit de beschutting van het struikgewas en bevonden zich nu in een gezellige drukte van mensen die zich in allerlei wonderlijke uitdossingen gehuld hadden.
Er verscheen een frons op Elions gezicht, maar hij hield wijselijk zijn mond.
‘Fantastyval.’ glimlachte Ruven geamuseerd.
Niemand keek gek op bij het zien van hun elfenoren of hun bleke huid, of de sierlijke tatoeages waarmee ze hun armen versierd hadden.
Hier liep iedereen er zo bij. Dwergen, monsters, zelfs elfen – het enige verschil was dat het bij hen kostuums waren.

De twee elfenjongens wandelden het grasveld over en installeerden zich voor een podium waarop vrolijke fluitmuziek werd gespeeld.
‘Dit is zo slecht nog niet.’ Ruven haalde twee bekers mede voor hen en leunde genietend achterover in het gras. Elion nam een slok, maar spuugde die meteen weer met veel drama uit.
‘Niet zo goed als thuis?’
‘Daar is ze, man.’
Als bevroren bleef Elion naar de overkant van het veld staren, waar een groepje meisjes bij een sieradenkraampje stond te giechelen.
‘Oh.’ Ruven wist meteen wat Elion bedoelde. Daar stond ze: de lang verloren prinses, Elions tweelingzus. Zelfs vanaf hun plek zagen ze dat haar sprookjesachtige uitstraling niets met haar kostuum te maken had. Ze leek van binnenuit te stralen en haar haren waren net zo lichtblond als die van de prins.
‘Ze lijkt op jou. Dezelfde oren.’ grinnikte Ruven.
‘Die van mij zijn niet van rubber.’
Eliana wandelde rustig achter haar vriendinnen aan, maar er leek iets mis te zijn. Ze lachte niet met hen mee. Haar heldere ogen stonden treurig. Eigenlijk leek ze helemaal niet op haar plek, tussen al die blije festivalbezoekers met hun kleurrijke kleding. Ze was blijven staan, aan de rand van het bos, en keek met hangende schouders naar de schaduwen tussen de bomen.

Alsof ze heimwee had. Alsof ze diep van binnen wist dat ze hier niet thuis hoorde.

‘Prinses,’ Elion was overeind gesprongen en stond nu naast haar. Ruven volgde hem aarzelend. Hij wist niet goed hoe hij zich moest gedragen: het meisje wist nergens van, maar toch was ze hun prinses. En dat niet alleen: ze was ook nog eens beeldschoon.
‘Dag.’ Duidelijk verstoord keek het meisje om en maakte aanstalten om verder te lopen. Elion hield haar niet tegen, maar fluisterde dringend: ‘Je hoort hier niet. Kom met ons mee, naar huis.’
Ze verstijfde, en nog met haar rug naar de jongens toegekeerd mompelde ze:
‘Hou op. Het is al moeilijk genoeg.’
Ruven haastte zich naar haar toe. ‘We menen het, prinses!’ In zijn wanhoop had hij haar hand gepakt en toen hij zag wat hij gedaan had kleurde hij rood tot ver achter zijn elfenoren. Snel liet hij haar los en probeerde niet meer in die opaalblauwe ogen te kijken.
‘Je zegt dat je het moeilijk hebt. Waarmee?’
Eindelijk ontdooide het meisje een beetje. Ze keek van Elion naar Ruven en er verscheen een aarzelend sprankje hoop in haar blik.

‘Ik ben Kirsten.’ Ze glimlachte treurig en gebaarde dat ze moesten gaan zitten. Toen vertelde ze alles. De dromen die ze al haar hele leven had, over de wonderlijke wereld waarin ze eigenlijk thuis hoorde.
‘Ze weet het nog.’ Vol ongeloof staarden Elion en Ruven elkaar aan. En toen was het hun beurt om te vertellen. Voorzichtig stak Elion zijn hand uit: ‘Ik ben prins Elion, je tweelingbroer, en dit is mijn vriend Ruven. Mocht je nog aan ons twijfelen, dan moet je maar aan zijn oren trekken.’
Eindelijk verdween er iets van het jarenlange verdriet uit Kirstens ogen en met een kinderlijk enthousiasme gaf ze een rukje aan Ruvens oor.
‘Au! Elion!’
‘Ik doe niets!’
Nu liet ze haar vingers wat zachter over zijn oorschelp gaan, en dat was bijna nog erger dan toen ze eraan getrokken had. Weer voelde Ruven een blos opkomen en snel veranderde hij van onderwerp.
‘Toen je geboren werd, was er geen plek voor een prinses in ons rijk. Het was een duistere tijd. Geen omgeving voor… een meisje zoals jij.’
‘En nu wel?’
‘Alles is veranderd.’ viel Elion hem bij. ‘Het is nu veilig. Je kunt terugkomen.’
Kirsten opende haar mond om iets te zeggen en haar blik vloog langs de kraampjes, het podium en de langslopende bezoekers. Toen drukte ze haar lippen vastberaden op elkaar en knikte.

‘Eigenlijk heb ik het altijd al geweten.’ Ze sloeg haar ogen neer en zuchtte – ze had duidelijk geen makkelijk leven gehad.
Prins Elion voelde zich vreselijk schuldig, maar hield zichzelf voor dat ze in hun eigen wereld waarschijnlijk helemaal geen leven gehad zou hebben. Dat ze als baby onder een vermomming in de mensenwereld was achtergelaten, was voor haar eigen bestwil.
‘Ik heb altijd al een elfenprinses willen zijn. Iedereen zei dat het maar een kinderdroom was, maar ik ben er altijd in blijven geloven.’
‘Waar wachten we dan nog op?’
‘Laten we gaan.’

Ze keek niet meer om. Eindelijk ging ze naar huis.

~

large (2)

afb. van weheart.com, bewerkt

Advertenties

Over DaniëlleSabine

Een boekenwurm die houdt van kunst en geschiedenis en daarover blogt op https://daniellesabine.wordpress.com.
Dit bericht werd geplaatst in Schrijven en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s